In Nederland kennen we het eigendomsrecht op grond.

Het eerste verschil is dus dat bij het publiekrecht het algemeen belang centraal staat en bij het privaatrecht het individueel belang Dit gaat niet altijd op en er zijn gevallen waarbij beide voorkomen. Het betreft hier wetten in formele zin en materiŽle zin. Rechtshandelingen kunnen worden onderscheden in enkelzijdige en meerzijdige rechtshandelingen.

Tussen publiek en privaatrecht kan moeilijk een lijn worden getrokken. Ook kan men zich nog richten tot de verzekerbaarheid. Bij een overeenkomst ontstaan er dus rechtsgevolgen over wat door de partijen overeen is gekomen en overige rechtsgevolgen die voortvloeien uit extra opgelegde voorwaarden wet etc. Bedreiging, als iemand een overeenkomst heeft gesloten doordat hem vrees werd aangejaagd. Bij het privaatrecht betreft het de verhouding tussen individuen onderling. Dwaling, als een of meer partijen een verkeerd oordeel heeft gevormd, waardoor anders de overeenkomst anders zou zijn geweest. De wetgeving gaat uit van de gemiddelde persoon net als al eerder is vermeld bij het bedrog vraagstuk. Schadetoekenning is afhankelijk van de redelijke toekenning. De wet kan extra voorwaarden stellen die de partijen moeten overeenkomen.

In geval van wilsgebrekken kan men zich hierop beroepen. De verkoper heeft hier een gedeelde verplichting tot het informeren naar het toekomstig gebruik. De Wet, waar het dwingend recht bepaalde grenzen aan de contractsvrijheid legt. Maar hier heeft de successiewet een stokje voor gestoken. Toerekenbare tekortkoming wanprestatie door het niet vervullen van een contractuele verplichting. Kortom, het Kadaster registreert, beheert en informeert. Het derde verschil is het onderscheid naar de verschillende middelen van handhaving. Regels met betrekking tot de openbare orde en de goede zeden worden over het algemeen dwingend recht geacht te zijn.